Genodermatologisch spreekuur
De verschillende universitaire medische centra in Nederland voorzien tegenwoordig in een genodermatologisch spreekuur. Van Steensel vertelt dat hij in Maastricht dat spreekuur houdt met een klinisch geneticus. “Dat is de echte expert op het gebied van erfelijkheid en erfelijkheidsadvies.“ Het genodermatologisch spreekuur richt zich op mensen met een erfelijke aandoening van de huid, haren en nagels – en op mensen bij wie nog niet duidelijk is wat hun aandoening(en) veroorzaakt. Van Steensel geeft een voorbeeld: “Onlangs kwam hier een gepigmenteerd jongetje, met donkere plekken. Die plekken zouden het gevolg kunnen zijn van constitutioneel eczeem. Nu bleek dat zijn ene duim breder was dan de andere. Aan dezelfde kant was ook zijn gelaat breder, hij had een bijzonder postuur en er waren nog wat andere pigmentveranderingen. Bovendien was de jongen autistisch. Dat zijn veel verschijnselen bij elkaar. Dan roep ik de klinisch geneticus erbij. Dan kun je meer genetisch onderzoek inzetten om erachter te komen wat zo’n kind nu heeft.”
Laboratoriumonderzoek
Dit genetisch onderzoek vindt plaats door erfelijk materiaal, verkregen uit bloed, te onderzoeken. “Alle cellen in ons lichaam bevatten hetzelfde genetisch materiaal. We onderzoeken het erfelijk materiaal dat in de witte bloedcellen zit. In ons laboratorium zoeken we eerst het gen waarin we geïnteresseerd zijn en we lezen de volgorde van de DNA-letters. Met de computer vergelijken we vervolgens of de volgorde van die DNA-letters overeenkomt met de volgorde zoals die bij gezonde mensen zou moeten zijn. Hieruit komt naar voren waar het genetisch materiaal afwijkt.” Om de vergelijking met het receptenboek nog even door te trekken: de computer vertelt of de ingrediënten, de eiwitten, de juiste samenstelling hebben. “Zo wordt duidelijk of de aandoeningen inderdaad het gevolg zijn van een genetisch defect.”
Van Steensel geeft nog een voorbeeld van iemand met eczeemachtige huidafwijkingen, die ook nagelafwijkingen heeft en doof is. “Dan kun je denken: dat is toeval. Maar de natuur houdt niet van toeval.” Van Steensel en Steijlen benadrukken hiermee dat genodermatologie zich niet beperkt tot de specialistische spreekuren. “In het algemeen letten artsen nog te weinig op dergelijke ‘toevalligheden’”, aldus Steijlen. “En dat terwijl steeds makkelijker en beter is vast te stellen of een genetisch defect de oorzaak is.” Hij hoopt dat het afgelopen Wereldcongres aan die bewustwording heeft bijgedragen.
Syndromen: algemeen en uniek
Een van de onderwerpen binnen de genodermatologie is de rol van de huid binnen syndromen. Steijlen rekent voor: “Er zijn ongeveer vierduizend syndromen bekend en bij twaalfhonderd daarvan is de huid betrokken.” Een syndroom is een verzameling van aandoeningen aan verschillende organen met een gezamenlijke oorzaak. Doordat de huid het oppervlak van ons lichaam vormt, is het relatief makkelijk te onderzoeken. “Aan de huid kunnen we letterlijk heel veel aflezen”, bevestigt Van Steensel. “Bij een aantal syndromen, zoals verschillende vormen van ectodermale dysplasie, een aantal bindweefselziekten en een aantal chromosomale afwijkingen, kunnen we alleen al door naar de huid te kijken een diagnose stellen. In die gevallen geeft huidonderzoek meteen zicht op de biologische processen van dat syndroom. De huid is namelijk een relatief eenvoudig orgaan en reageert op een beperkt aantal manieren wanneer er iets mis is. Daar komt nog bij dat we huidcellen kunnen kweken voor nader onderzoek. Niet alle andere orgaancellen laten zich zo makkelijk kweken.”
Hoeveel we ook weten, nog veel meer is onbekend. Een aantal syndromen is benoemd en beschreven, maar de lijst blijkt telkens weer niet compleet te zijn. Van Steensel: “Iemand kan een uniek syndroom hebben; een combinatie van afwijkingen die niemand anders heeft. Het is ook mogelijk dat meer mensen die afwijking, en dus dat syndroom, hebben, zonder dat wij dat weten.” Hij vertelt dat er patiënten bij hem komen waarvan hij zeker weet dat zij een syndroom hebben. “Maar ik krijg het plaatje niet altijd rond. Soms kom ik jaren later een andere patiënt tegen, of lees ik een beschrijving in een medisch vakblad, waardoor het ineens wel allemaal duidelijk wordt.”
Wat is gentherapie?
‘Gentherapie’ is eigenlijk een te algemene naam, meent van Steensel. Er lijken namelijk meerdere manieren te zijn om genetische defecten aan te pakken, bijvoorbeeld door nieuwe genen te injecteren om de defecte genen te vervangen of door de defecte genen uit te schakelen. Hoewel op dit vlak veel onderzoek gaande is, blijkt het geen eenvoudige opgave om erfelijk materiaal te beïnvloeden.
Op het vlak van chronische huidaandoeningen vindt in Nederland onder andere onderzoek plaats naar gentherapie bij epidermolysis bullosa.
Onze genen in het kort
Ons lichaam is opgebouwd uit cellen. Elke cel heeft een celkern.In die celkern bevinden zich 23 strengen, de zogenaamde chromosomen. Deze strengen bestaan uit een dubbele helix (spiraal) van DNA. DNA is de drager van erfelijke informatie en bevat de code voor eigenschappen. De samenstelling van het DNA is voor alle individuen verschillend. Alleen eeneiige tweelingen hebben hetzelfde DNA. Een gen is de specifieke code voor eigenschappen. Ons DNA bestaat uit 25 duizend specifieke codes; 25 duizend genen.
Alle codes/genen leiden tot de aanmaak van eiwitten die processen in ons lichaam aansturen. Wanneer een gen defect is, leidt dit tot de aanmaak van afwijkende eiwitten of tot de aanmaak van een afwijkende hoeveelheid eiwitten. Hierdoor raken processen verstoord en ontstaan aandoeningen.
Bij de ontrafeling van het humaan genoom is vast komen te staan hoe de 25 duizend codes eruit horen te zien. Door de 25 duizend codes van een individu te vergelijken met deze standaard, wordt duidelijk waar codes afwijken – dit zijn defecte genen.
Meer informatie: www.erfelijkheid.nl, de website van het Erfocentrum.